{{messages[0][0]}}

De wet is gewijzigd: creatievelingen (en hun exploitanten) opgelet!



Het auteurscontractenrecht is per 1 juli 2015 in werking getreden. Deze wetswijziging heeft als doel de contractuele positie van creatieve "makers" die niet in loondienst zijn bij een werkgever (zoals freelancers, journalisten, fotografen en uitvoerende kunstenaars) te versterken. De maker is namelijk vaak de zwakkere partij bij de onderhandelingen. Dit komt doordat zij niet goed zelf hun werk kunnen verspreiden en verveelvoudigen ("exploiteren") en daarvoor dus een professionele exploitant nodig hebben (bijvoorbeeld een uitgever of producent).

De exploitant mag het werk niet zomaar exploiteren; het is immers auteursrechtelijk beschermd. De exploitant kan op twee manieren de "exploitatierechten" krijgen (dat wil dus zeggen: dat hij het werk legaal mag verveelvoudigen en ter beschikking kan stellen aan het publiek):

  1. De maker draagt zijn volledige auteursrecht over aan de exploitant (met een akte van overdracht IE-rechten) of;
  2. De maker geeft de exploitant alleen de exploitatierechten op zijn werk, door een licentie te verlenen (met een licentieovereenkomst auteursrecht). De maker houdt dan nog wel het auteursrecht.

Wat regelt dit nieuwe auteurscontractenrecht dan?

  • Voor de exclusieve licentieverlening (waarin dus alleen exploitatierechten worden overgedragen) is het nu verplicht om akte op te stellen. Dit was al verplicht voor overdracht van het auteursrecht. Een akte is een ondertekend schriftelijk stuk dat als bewijs kan dienen. De licentieovereenkomsten op onze site voldoen aan deze eisen.
  • Alleen de bevoegdheden die in de akte staan gaan over. Als iets ontbreekt in de akte, wordt dat niet overgedragen of in licentie gegeven. Partijen moeten dus goed nadenken wat ze willen afspreken. Bij onduidelijkheden zal de rechter de akte meestal in het voordeel van de maker uitleggen, omdat deze vaak minder kennis van zaken heeft. Exploitatievormen die nog niet bekend waren bij het sluiten van de overeenkomst, kunnen in een licentieovereenkomst alleen worden verleend als dat uitdrukkelijk in de akte is benoemd.
  • Makers hebben een wettelijk recht op een redelijke vergoeding voor het verlenen van exploitatiebevoegdheid. De hoogte van een redelijke vergoeding kan per branche en per werk erg verschillen. Vaak wordt er aansluiting gezocht bij de gebruikelijke bedragen in de sector,
  • Voor exploitatievormen die nog niet bekend waren bij het sluiten van de overeenkomst is de exploitant aan de maker een aanvullende vergoeding verschuldigd. Het gaat dan om een manier van exploiteren, waarvan partijen zich tijdens het sluiten van de licentieovereenkomst geen voorstelling hebben kunnen maken. Het gaat dus niet om een oude exploitatievorm die wordt vervangen door een nieuwe exploitatievorm.
  • Er is een bestsellerbepaling gekomen voor als het werk van de maker een onverwacht succes blijkt te zijn. Dit betekent dat de maker recht heeft op een aanvullende vergoeding, als de vergoeding uit het contract totaal niet in verhouding staat tot de winst die de exploitant met het werk maakt. Het feit dat de exploitant zo goed mogelijk wil exploiteren (en daardoor geld verdienen) geeft nog geen grond om een beroep te doen op de bestseller bepaling. Er moet echt een ernstige onevenredigheid zijn, die iedereen objectief zou kunnen vaststellen. 

(Misschien had Josje Huisman van K3 (je weet wel, die ene die er als laatste bijkwam) dit eerder moeten weten? Volgens de media was haar salaris van €3.400 de reden van de breuk. Allez! Dahs toch nie slecht? Nee, misschien niet, maar vergeleken bij de miljoenen business van “Gertje” misschien toch wat schraal.)


 

  • De maker kan de overeenkomst ontbinden in het geval de exploitant het werk onvoldoende exploiteert. Dit wordt de non usus-regel genoemd. De exploitant moet zich blijven inspannen om het werk te exploiteren en moet op verzoek van de maker inzage geven in de omvang van de exploitatie. De maker kan de licentie of overdracht alleen ontbinden als hij daar een redelijk belang bij heeft. Als er simpelweg geen markt is voor het te exploiteren werk, dan heeft de maker er ook geen belang bij om de overeenkomst te ontbinden. Een andere exploitant zou dan namelijk niet meer voor hem kunnen betekenen. Voordat de overeenkomst ontbonden kan worden door gebrek aan exploitatie, moet de exploitant een redelijke termijn krijgen om dit alsnog goed te doen.
  • De maker kan onredelijke bezwarende bedingen vernietigen. De maker van het werk kan bedingen (afspraken in de overeenkomst) die onredelijk bezwarend zijn bij de rechter laten vernietigen. Dit is bijvoorbeeld zo als de exploitant onredelijk lang aanspraak kan maken op de exploitatie van toekomstige werken. Maar ook als de termijn voor exploitatie niet duidelijk is vastgesteld. 
  • Er is een regeling voor de instelling van een geschillencommissie bij conflicten tussen makers en exploitanten. Het kan voorkomen dat de maker onvoldoende financiële middelen heeft om een dure gerechtelijke procedure aan te gaan tegen een grote exploitant. De geschillencommissie maakt het mogelijk om zaken goedkoper op te lossen. Er geldt wel een voorwaarde om je geschil voor te kunnen leggen: je moet eerst onderling geprobeerd hebben om tot een schikking te komen. Het is ook mogelijk om anoniem een zaak voor te leggen aan de geschillencommissie, maar de uitspraak is dan niet bindend. Als de exploitant de uitspraak niet opvolgt, dan kun je alsnog een bindende uitspraak bij de geschillencommissie krijgen door de zaak opnieuw (niet anoniem) voor te leggen.
  • Daarnaast is er een nieuwe regeling voor het filmauteurscontractenrecht. Deze laten we nu buiten beschouwing. Mocht u toch vragen hebben over de regeling over filmwerken, dan kunt u contact opnemen met Legalloyd.

Voor wie geldt het niet?

  • Het auteurscontractenrecht is bedoeld voor natuurlijk personen. Dit betekent dat bedrijven, opdrachtgevers e.d. geen aanspraak kunnen maken op deze rechten.
  • De wetswijziging roept extra rechten in het leven voor makers die hun werk via derden willen exploiteren. Dit moet dus een tussenpersoon zijn, die ervoor zorgt dat het werk op de markt komt. De exploitant mag daarom vaak sublicenties verlenen of het werk verveelvoudigen. Daarom ziet het auteurscontractrecht niet op overeenkomsten die met de eindgebruiker worden gesloten of als het werk specifiek voor een bepaalde opdrachtgever wordt gemaakt.

Heb je nog vragen?

Je kunt altijd contact met ons opnemen als je nog vragen hebt over dit onderwerp. Dan helpen wij je verder.

MEER BERICHTEN