{{messages[0][0]}}

De auteursrechtelijke bescherming van (open source) software



Software is niet meer weg te denken uit de 21ste eeuw. Iedereen maakt gebruik van software. Denk aan computerprogramma’s en de apps op je telefoon. Grote kans dat ook jouw onderneming – voor een deel – afhankelijk is van software. Of er auteursrecht rust op software en hoe dit precies werkt zijn dan ook veelgestelde vragen.

Allereerst is van belang dat software met auteursrechten beschermd kan zijn. Het auteursrecht rust in dit geval op de creatieve keuzes die gemaakt zijn bij het programmeren. Dit is vaak anders in geval van embedded software, omdat de functionele eisen en randvoorwaarden hierbij vaak heel strikt zijn. Daarnaast zijn onderliggende beginselen/ideeën over bepaalde software ook van het auteursrecht uitgesloten: alleen de concrete uitwerking van een idee of concept kan auteursrechtelijke bescherming genieten. 

ALGEMEEN

De juridische bescherming van software wordt geregeld in de Auteurswet (Aw). Het auteursrecht geeft de maker van een computerprogramma (zoals 'software' in de Auteurswet is aangeduid) de mogelijkheid zijn werk te exploiteren. Het auteursrecht vormt daarmee de basis van de beschikbaarheid van software voor het publiek. De persoon die de software wil gebruiken moet daarvoor in de meeste gevallen wel betalen op grond van een licentieovereenkomst. In dat kader zal hij akkoord moeten gaan met een aantal voorwaarden:

  1. Hij mag de software niet zomaar verspreiden; en
  2. Hij krijgt niet de beschikking over de broncode van de software.

Voorgaande bekent dat software (in beginsel) dus niet vrij beschikbaar is en de broncode ervan niet vrij gebruikt mag worden. Dit soort 'normale' software wordt ook wel ‘proprietary software' genoemd.

Omdat sommige mensen software ook gewoon vrij willen kunnen gebruiken, is het initiatief genomen om software en de broncode ervan zonder, of onder minder beperkende, voorwaarden aan het publiek ter beschikbaar te stellen. Dit initiatief heeft geleid tot open source software, hetgeen ik in deze blog nader zal toelichten. 

Tussenconclusie

De "normale" software mag niet zonder toestemming van de maker gebruikt worden. Het publiceren of kopiëren van software zonder toestemming van de maker is dan ook (in beginsel) verboden en vormt een schending van het auteursrecht. Een uitzondering hierop vormt de open source software, die voor een ieder vrij beschikbaar is.

Let op: normaal gebruik, zoals het maken van een reservekopie (back-up) of het verrichten van onderhoud is wettelijk toegestaan en vormt geen inbreuk op auteursrecht op software, mits je een licentie hebt.

OPEN SOURCE

Open source software is – what’s in a name – software waarvan de broncode openbaar is. De software en de broncode zijn dus vrijelijk (gratis) beschikbaar voor iedereen. Hierdoor kunnen veel mensen bijdragen aan de ontwikkeling van de software.

Het is alleen een misverstand om te denken dat dat je er alles mee kunt doen wat je wilt. De software is wel degelijk beschermd! De maker van de open source software heeft het auteursrecht. Hij is (en blijft) dus degene die bepaalt wat er met de software mag gebeuren. Bij open source heeft de maker de broncode openbaar gemaakt onder een open source licentie. In die licentie zijn allerlei voorwaarden opgenomen om de software te gebruiken. Je kunt bijvoorbeeld denken aan de looptijd van de licentie of het aantal personen dat van de licentie gebruik mag maken.

Toestemming én verplichtingen

De open source licentie geeft een ander dus toestemming om de software te gebruiken, maar bepaalt ook onder welke voorwaarden. Er zijn talloze open source licenties in omloop. Al die soorten zijn – kort gezegd – in te delen in drie categorieën:

  1. Geen plicht tot openbaarmaking
    Als je open source software met een licentie uit deze categorie gebruikt, dan ben je alleen maar verplicht om de naam van de oorspronkelijke maker te vermelden. Je hoeft jouw aanpassingen en toevoegingen zelf niet openbaar te maken. Zo kun je alles wat je met de broncode hebt gedaan dus voor jezelf houden. Bijvoorbeeld: BSD en MIT licenties
     
  2. Gedeeltelijke plicht tot openbaarmaking
    Bij deze vorm van open source hoef je jouw uiteindelijke code niet prijs te geven. Wél moet je jouw wijzigingen en verbeteringen in de originele broncode openbaar maken. Een deel van jouw inspanningen zal dus toegankelijk worden voor nieuwe gebruikers.
    Bijvoorbeeld: LGPL licenties
     
  3. Volledige plicht tot openbaarmaking
    Dit is het soort licentie waaronder je het minste voor jezelf mag houden: ook de code die jij zelf ontwikkelt met behulp van de broncode moet je openbaar maken voor anderen.
    Bijvoorbeeld: GPL licenties

Hoe weet ik welke licentie voor mij geldt?

Dat hangt er vanaf of jij zelf de open source broncode ontwikkelt of niet. Wil je voortborduren op bestaande broncode? Dan moet je kijken onder welke licentie die openbaar is gemaakt. Daarin staat in hoeverre jij jouw code ook openbaar moet maken. Ontwikkel je zelf broncode die je via open source beschikbaar wilt stellen? Dan mag je zelf bepalen onder welke vorm licentie je dit doet.

Elke vorm van licentie heeft zo zijn voor- en nadelen. Hoe meer er openbaar gemaakt moet worden, hoe meer toekomstige gebruikers er aan hebben. Maar: zo kunnen je concurrenten er ook eerder mee vandoor gaan. Je zult zelf moeten afwegen onder welke licentie je het liefste werkt.

Wie heeft het auteursrecht?

Veel software developers werken in loondienst. Als het binnen je functie valt om software te ontwikkelen, dan wordt de werkgever automatisch de auteursrechthebbende (artikel 7 Auteurswet). In principe kun je hier wel van afwijken, maar dat zul je apart moeten vastleggen. Dat kun je doen in de arbeidsovereenkomst of in een apart document. Je kunt hier meer over lezen in mijn blog over werkgeversauteursrecht. 

Het kan natuurlijk ook zo zijn dat je freelancer bent en de software in opdracht hebt ontwikkeld. Belangrijk is in dit geval hoe de opdracht in elkaar zat. Als je alleen wat algemene code hebt moeten ontwikkelen, dan wordt je geen auteursrechthebbende. Maar heb je daadwerkelijk creatieve oplossingen bedacht, en komt alle creativiteit van de code van jou, dan heb jij het auteursrecht en niet de opdrachtgever. Omdat opdrachtgevers daar anders over kunnen denken, is het aan te raden om met de opdrachtgever goede afspraken over het auteursrecht te maken. 

Conclusie

De conclusie is dat software auteursrechtelijk beschermd kan zijn. Dit auteursrecht ziet dan op de creatieve keuzes die er gemaakt zijn bij het programmeren. Zoals ik heb uitgelegd in mijn vorige blog is dát immers wat een eigen en oorspronkelijk karakter heeft en het stempel van de maker draagt. Het mag niet te banaal en triviaal zijn.

Ook open source software is in beginsel auteursrechtelijk beschermd. De maker van de open source software heeft het auteursrecht en zal de broncode openbaar maken onder een open source licentie. 

Ten slotte hangt het van de (invulling van de ) samenwerking af wie kan worden aangemerkt als auteursrechthebbende van de software. Als je bijvoorbeeld in loondienst werkt en het is jouw taak om software te ontwikkelen, dan zal het auteursrecht blijven rusten bij de werkgever. Dit zal anders zijn in geval van een opdrachtovereenkomst. 

Heb je nog vragen? Je kunt altijd contact met me opnemen.

MEER BERICHTEN