{{messages[0][0]}}

De gebruikelijkloonregeling I: de hoofdregel



De gebruikelijkloonregeling. Een ingewikkelde regeling met uitzonderingen. In een overzichtelijke driedelige blogreeks bespreken we in heldere taal en makkelijk leesbaar deze regeling.

Als je een BV opricht, kun je te maken krijgen met de gebruikelijkloonregeling (we noemen het hierna voor het gemak ‘de regeling’). In het kort betekent dit dat wanneer je als aandeelhouder een aanmerkelijk belang in de BV hebt, je verplicht bent om jezelf loon te betalen.

Waarom bestaat de gebruikelijkloonregeling?

De regeling moet voorkomen dat aandeelhouders de inkomsten van hun BV gaan ‘oppotten’ door zichzelf geen loon uit te betalen maar alleen dividend uit te keren. De loonbelasting is namelijk hoger dan de belasting over het uitgekeerde dividend.

Op wie is de regeling van toepassing?

De regeling geldt voor iedere aandeelhouder van de BV die een ‘aanmerkelijk belang’ in de BV heeft en daar arbeid verricht.

Wanneer heeft een aandeelhouder een aanmerkelijk belang in een BV?

De hoofdregel is dat de aandeelhouder een aanmerkelijk belang heeft wanneer hij voor ten minste 5% aandeelhouder van de BV is.

Ook kan het voorkomen dat de ondernemer nog geen eigenaar van de aandelen is, maar wel het recht heeft om aandelen te krijgen. Als hij door het uitoefenen van zijn recht een aanmerkelijk belang in de BV zou hebben, is hij een aanmerkelijkbelanghouder. Dat is hij dan al voordat hij van dit recht gebruik maakt!

De aandeelhouder heeft ook een aanmerkelijk belang wanneer hij recht heeft op 5% van de jaarwinst van de BV of wanneer hij het recht heeft om ten minste 5% van de stemmen uit te brengen in de algemene vergadering.

Ook belangrijk is de regel dat de 5% van de aandelen tussen de fiscale partners mag zijn verdeeld. Als de man van een getrouwd echtpaar bijvoorbeeld 3% van de aandelen bezit en zijn vrouw 2%, zijn de partners allebei aanmerkelijkbelanghouder in de BV.

Wat is het gevolg?

Wanneer de aandeelhouder een aanmerkelijk belang in de BV heeft, is de regeling op hem van toepassing. Dat betekent dat de belastingdienst aan hem een gebruikelijk loon toekent. Aan de hoogte van het gebruikelijk loon kan de aandeelhouder niet veel doen, want dat is wettelijk vastgesteld. Het gebruikelijk loon is de hoogste van de volgende 3 jaarlijkse lonen:

  • 75% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het loon van de meest verdienende werknemer van de BV, of een met de B.V. verbonden ‘lichaam’;
  • €45.000,-.

Wat de meest vergelijkbare dienstbetrekking is en hoe je tot een lager gebruikelijk loon kan komen, bespreken wij in deel II van deze blogreeks.

Let op! Deze regeling is eigenlijk fictie! Dat betekent dat de Belastingdienst het gebruikelijk loon van de ondernemer meeneemt in de loonheffingen, ook al wordt het loon niet daadwerkelijk uitbetaald! Als er te weinig loon is opgenomen, kan de Belastingdienst een vergrijp- of verzuimboete geven. Het is daarom belangrijk de regeling goed toe te passen!

Er zijn ook manieren om ervoor te zorgen dat de regeling niet van toepassing is. In deel II van deze blogreeks lees je daar meer over en bekijken we het lager gebruikelijk loon en de uitzondering voor start-ups.

MEER BERICHTEN