{{messages[0][0]}}

Oneerlijke concurrentie: wanneer kan ik daar een beroep op doen?



Als ondernemer steek je veel tijd, geld en kennis in je onderneming. Je product(en) wil je daarom goed beschermen. Voor sommige rechten hoef je niets te doen, zoals het verkrijgen van auteursrecht op bijvoorbeeld je website, content of andere creatieve werken. Andere rechten (zoals je merkenrecht, modellenrecht of octrooirecht) kun je inschrijven om ze te beschermen tegen bijvoorbeeld nabootsing. Soms lukt het niet om je op een van de intellectuele eigendomsrechten te beroepen, omdat de nabootsing bijvoorbeeld net geen inbreuk maakt, maar wil je iemand toch aanspreken op het nabootsen van jouw product. Of iemand maakt zonder toestemming gebruik van de bekendheid, goodwill of knowhow van jouw bedrijf. In zulke gevallen is er de route van oneerlijke concurrentie, in vaktermen ook wel de "ongeoorloofde mededinging" genoemd. Hoe moet je die route bewandelen? Er leiden veel wegen naar Rome, maar misschien nog meer naar de oneerlijke concurrentie. In deze blog lees je de meest populaire.

 

Oneerlijke concurrentie: een vangnet

Vroeger was een beroep op de oneerlijke concurrentie de enige mogelijkheid om op te komen tegen een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht. Tegenwoordig kunnen we op allerlei gronden een partij aanpakken die producten namaakt, verwarring schept of consumenten misleidt. Lijkt het merk teveel op jouw merk? Dan kunnen we de verwarring via het merkenrecht aanvliegen. Heeft een werk wel erg veel creatieve overeenkomsten met het jouwe? Dan kun je je beroepen op het auteursrecht. Etcetera. Soms mislukt zo’n inbreukprocedure. Dan lijkt het merk, model of product bijvoorbeeld (net) niet genoeg op het oorspronkelijke product. Je kunt dan nog een beroep doen op het 'vangnet': de oneerlijke concurrentie.

Lijkt een een knuffelbeer van de concurrent grotendeels op jouw knuffelbeer? Dan zul je in eerste instantie tegen de concurrent zeggen: “Je pleegt auteursrechtinbreuk door mijn knuffel na te maken. En als het al geen auteursrechtinbreuk is, dan is hier in ieder geval sprake van oneerlijke concurrentie. Dat is onrechtmatig (en dus wil ik even vangen).” De oneerlijke concurrentie is een minder sterk en zeker recht. Je beroept je dus altijd eerst op het intellectueel eigendomsrecht, en dan pas op de oneerlijke concurrentie.

De Nederlandse rechter stelt wel grenzen aan een beroep op de oneerlijke concurrentie. We kunnen ons hier niet zomaar op beroepen. Het uitgangspunt van ons handelsverkeer is namelijk concurrentie. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat je concurrenten nadeel mag toebrengen, mag vergelijken met andere merken in reclames en op talloze andere manieren snoeihard mag concurreren. Slechts in bijzondere omstandigheden kun je een beroep doen op oneerlijke concurrentie.

 

Slaafse nabootsing

Wanneer heb je bijvoorbeeld verwarring die wél genoeg is voor oneerlijke concurrentie? Dat heb je als je niet alleen verwarring wekt, maar vooral als je dat (en nu komt het juridische kernwoord in 3, 2, 1) nodeloos doet. Om nog even bij de teddybeer te blijven: mijn concurrent mag best een teddybeer maken die ergens lijkt op mijn teddybeer. Immers, teddybeertjes zijn vaak een beetje gezet en moeten ook echt op een beer lijken. Zo ontkom je niet aan de kleur bruin, of aan die typische zwarte ogen. Maar: als de teddybeer onnodig (nodeloos) veel op mijn teddybeer lijkt? De concurrent andere vormen voor bijvoorbeeld de oren, snoet en poten had kunnen kiezen? Dan had hij dus best wat kunnen doen om de ontstane verwarring te voorkomen, zonder afbreuk te doen aan de vorm en functionaliteit van een teddybeer. In zo’n geval kan er sprake zijn van slaafse nabootsing. Inderdaad, niet echt duidelijke criteria. Er wordt hier dan ook veel over geprocedeerd, met wisselende uitkomsten.

 

Aanhaken en aanleunen

Een andere (bekende) vorm van ongeoorloofde mededinging is aanhaken of aanleunen bij bekende personen, of bij prestaties van anderen. Prestaties van anderen? Wat voor anderen? Denk hier bijvoorbeeld aan sporters, bekende artiesten of het Koningshuis. Zo heeft vrijwel elk bedrijf ‘specials’ in het schap bij het WK voetbal, de Olympische Spelen of de verjaardag van de Koning. Op die manier hopen ondernemers dat het succes en de populariteit van een dergelijk evenement glans geeft aan hun onderneming.

Oranje muisjes voor op beschuit verkopen is natuurlijk prima, maar reclame maken bij evenementen die hoofdzakelijk kunnen plaatsvinden door sponsoren (‘ambush marketing’), terwijl je zelf geen sponsor bent? Dat zal volgens veel rechters niet door de beugel kunnen. Een bekend voorbeeld? De ‘aanhakende en aanleunende’ Bavariameisjes tijdens het WK 2010 in Zuid-Afrika. Weet je het nog? De regie richtte de camera’s niet op de duurbetaalde reclameborden van onder andere Heineken, maar op de dames met een Bavariajurkje. Dat was dus niet de bedoeling.

Sterker nog, in Zuid-Afrika kon je tijdens het WK strafrechtelijk vervolgd worden voor dergelijke vormen van sluikreclame. Uiteindelijk kwamen de dames na wat diplomatieke telefoontjes vrij. Toenmalig minister Verhagen: "Mooi zo: Bavaria-vrouwen kunnen gewoon naar huis en het conflict tussen FIFA en Bavaria is over. Precies waar we ons voor hadden ingezet." Kijk, dat is reclame (maar dus wel verboden)!

Zo ging dat dus. Hup, de bak in!

 

Overige vormen van oneerlijke concurrentie

Een andere omstandigheid is dat je de consument misleidt, omdat je je voordoet als een ander. Denk hier bijvoorbeeld aan bedrijfsspionage, waarbij je prijzen kan aanpassen op basis van interne (geheime) informatie van concurrenten. Ook is het mogelijk dat je profiteert van een prestatie of investering van een ander. Bijvoorbeeld omdat je gebruik maakt van een beveiligde verbinding waar andere personen exclusieve gebruiksrechten op hebben en je daar op oneerlijke wijze van profiteert.

 

Oneerlijke concurrentie: wat moet ik onthouden?

  • Oneerlijke concurrentie is een ‘vangnet’ op het gebied van intellectueel eigendomsrechten. Je beroept je op oneerlijke concurrentie als een beroep op IE-rechten niet slaagt of niet mogelijk is;
  • Het uitgangspunt van onze economie is concurrentie. Oneerlijk concurrentie wordt door rechters dus niet snel aangenomen;
  • Bij slaafse nabootsing had een andere partij zonder afbreuk te doen aan de ‘deugdelijkheid en bruikbaarheid’ van een product (een teddybeer moet op een zachte beer lijken) andere keuzes kunnen maken en de verwarring kunnen voorkomen;
  • Een andere bekende vorm van oneerlijke concurrentie is aanhaken of aanleunen bij bekende personen, evenementen of prestaties van anderen.
  • Het leerstuk van oneerlijke concurrentie is specialistenwerk. Schakel dus altijd een jurist in als je je afvraagt of er sprake kan zijn van oneerlijke concurrentie.

 

Vragen?

Heb je nog vragen over de oneerlijke concurrentie, of over een andere inbreuk op jouw intellectuele eigendom? Neem dan contact met ons op.

MEER BERICHTEN