{{messages[0][0]}}

“Standaard” is een vies woord in legal (en dat is onterecht)



In technologie is een “standaard” de heilige graal. Denk aan wifi en bluetooth. De hele interwebs is gebaseerd op een gezamenlijk startpunt, namelijk http (hypertext transfer protocol). Standaarden waar iedereen op in kan pluggen, mee kan werken en op kan voortborduren. Als je als tech-startup een nieuwe standaard neerzet, dan ben je lekker bezig.

 

In de juristerij is “standaard” een vies woord. De associatie is “standaard kan niet goed zijn”, of “ik ben zo bijzonder, ik heb maatwerk nodig”. Het beeld van juridisch werk is al honderden jaren: ingewikkeld, onbegrijpelijk en werk voor echte experts. Dit beeld is prettig voor de advocaat, maar het klopt vaak niet. Met de standaardisering van juridisch werk valt veel tijd en geld te winnen voor ondernemers. Vooral in contracting. Gewoon goede afspraken maken en die vastleggen.

 

Een standaard veronderstelt dat je het eens bent over het vertrekpunt. Door een standaard te gebruiken kunnen partijen zich concentreren op de commerciële beslissingen die ze na het vertrekpunt moeten maken. Daar zijn de meeste ondernemers zelf toe in staat. Iedere ondernemer weet welke prijs hij wil rekenen voor zijn product, hoeveel loon hij zijn werknemer zou willen betalen of hoe lang hij een samenwerking wil laten duren.  

 

Een advocaat inhuren om een eenzijdige overeenkomst op te laten stellen is eigenlijk heel vreemd. Zeker als je weet dat de ander kant niet de pieken heeft om dat ook te doen. Sterke partijen kunnen dus torenhoge boetes afdwingen, eindeloze concurrentiebedingen opnemen, of voor een-appel-en-een-ei alle intellectuele eigendomsrechten overnemen.

 

In de VS is een kleine beweging actief onder de naam “conscious contracting” die zich inzet voor gebalanceerde overeenkomsten. In Nederland wordt die discussie nog nauwelijks gevoerd. Terwijl het ook een politiek punt zou moeten zijn. Een gebalanceerd contract voorkomt veel procedures. In tijden waarin toegang tot het recht steeds duurder wordt zou dit dus een speerpunt moeten zijn.  

 

Bij de grootverbruikers van juridische diensten, banken, verzekeraars, zeg maar big corporate, is er al sprake van een brede standaardisering. Wereldwijd lenen grote bedrijven honderden miljoenen euro, dollar of yen met standaard leningsdocumentatie. Hier wordt stevig over onderhandeld, maar de advocaten beginnen allang niet meer met een blanco A4tje.

 

Voor de meeste kleinere bedrijven is de juridische kant van de onderneming nog steeds bijzaak. Ondernemers haken af door de uurtarieven en nemen een gecalculeerd risico dat het meestal goed gaat. Hierdoor profiteren de meeste ondernemers niet van het “inkoopvoordeel” dat big corporate wel heeft. Standaardisering heeft dus eigenlijk alleen maar voordelen:

  • Het brengt de prijzen voor juridische hulp naar beneden
  • Het zorgt voor evenwichtige contracten
  • Het voorkomt conflicten en procedures

Maar wat is dan een goede standaard? Ja, dat is een goede vraag. Bij Legalloyd schaven we in ieder geval continue aan onze contracten. Wij willen dat iedere partij zich direct kan vinden in een contract en niet wordt klemgezet. Hierdoor ontstaat ruimte voor een goede onderhandeling over de commerciële punten.  En daar gaat het uiteindelijk om.

 

Wil je hierover meepraten? Reageer dan via onze social kanalen met #doemijmaardestandaard.

 

 

MEER BERICHTEN