{{messages[0][0]}}

De plek van vakantiekrachten



Eind maart – de zon schijnt, de kou wordt minder, het is weer lente! Veel mensen kijken alweer uit naar het eerste ijsje bij de plaatselijke ‘gelateria’. En bij die ijssalon werken vaak ook veel scholieren en andere jonge mensen die even bijklussen in de periode dat ze weinig aan school hoeven te doen. Ook bij bijvoorbeeld strandtenten lopen veel verschillende vakantiekrachten rond als het zonnetje opkomt en de wind wat gaat liggen.

Deze vakantiekrachten worden ook wel seizoensarbeiders genoemd. En binnen het arbeidsrecht nemen die seizoensarbeiders een speciaal plekje in. Hieronder een korte uitleg wat er anders is dan bij 'normaal' personeel.

1. De ketenregeling

Als je een medewerker meerdere tijdelijke contracten achter elkaar aanbiedt, wordt een tijdelijk contract uiteindelijk (automatisch) een vast contract – namelijk na 24 maanden of bij het vierde contract. Dit heet de ketenregeling.

Hierbij wordt “contracten achter elkaar aanbieden” niet alleen gezien als back-to-back contracten. Ook opvolgende contracten met zes maanden ertussen worden gezien als ‘achter elkaar’. Zie tijdlijntje en casus hieronder.

Stel: een werknemer heeft een contract van 1 april tot en met 31 oktober. Het jaar daarop krijgt die werknemer van dezelfde werkgever wéér een contract van 1 april tot en met 31 oktober. Voor de ketenregeling geldt het tweede contract dan ook als het tweede contract achter elkaar. Daarnaast worden ook de tussenpozen voor de ketenregeling meegeteld. Dus voor het bepalen of de werknemer een vast contract heeft/krijgt, is de medewerker niet pas zeven maanden, ook geen 14 maanden, maar al 19 maanden ‘in dienst’!

De regering heeft er rekening mee gehouden dat dit in sommige gevallen niet wenselijk is, voornamelijk in het geval van seizoenskrachten. Daarom kan de periode tussen de contracten die gezien wordt als “achter elkaar” verkort worden naar 3 maanden. Maar: dit moet in een cao gebeuren. Op dit moment is de CAO Horeca een voorbeeld van een cao die de verkorte ketenregeling toepast. Als op de tijdlijn dus de CAO Horeca van toepassing is, is het tweede contract op de tijdlijn pas het eerste contract en is de seizoenskracht dus op 31 oktober 2020 pas zeven maanden in dienst, geen 19.

Wil jij weten of voor jou ook zo’n verkorte ketenregeling geldt? Neem dan contact met ons op!

2. Rechtsvermoeden arbeidsomvang

In ons blog schreven we eerder al over het rechtsvermoeden. Dit houdt in dat werknemers die een nul-urencontract hebben en andere oproepkrachten (wat vakantiekrachten vaak zijn) na een bepaalde periode aanspraak maken op een aantal uren werk wat gelijk is aan het gemiddelde van de drie maanden daarvoor. Als de werknemer die uren werk niet krijgt, moet de werkgever wel loon betalen over dat aantal uren. Dit geldt voor elke oproepkracht.

Maar: rechters hebben in het verleden al eens aangenomen dat het “gemiddelde van de drie maanden daarvoor” opgerekt kan worden in het geval van seizoensmedewerkers. Bijvoorbeeld door te kijken naar de laatste drie maanden uit het hoogseizoen of door de periode op te rekken naar zes maanden, omdat dat een reëler beeld oplevert.

Nu is het wel zo dat het rechtsvermoedenprobleem uiteindelijk aan de rechter is om op te lossen, dus in de praktijk zal dit vraagstuk zich niet al te snel voordoen. Toch is het verstandig om hier rekening mee te houden – soms ligt het er nogal dik bovenop dat het gebruiken van de “afgelopen drie maanden” als maatstaf te onredelijk is. Dan voorkom je verdere nabetalingen en rente daarover.

Heb je nog andere vragen over vakantiekrachten of oproepkrachten? Is er iets uit deze blog niet helemaal duidelijk? Neem dan vooral contact met ons op, dan helpen wij je verder!

MEER BERICHTEN